De oprichting van Het Nieuwe Instituut in 2013 markeerde een omslag in het nationale cultuurbeleid. Niet langer werden de disciplines architectuur, design en digitale cultuur ieder afzonderlijk vertegenwoordigd door een sectororganisatie (met een specifieke programmering, een afgebakend werkterrein en een eigen identiteit); vanaf nu lag de nadruk op de verbinding tussen deze ontwerpdomeinen. De gedeelde interesse voor innovatie is sindsdien een belangrijke leidraad binnen de activiteiten van Het Nieuwe Instituut.

Bij de fusie van de voormalige instituten moesten er drie culturen in één nieuwe werkorganisatie versmelten. Ook lagen er drie verschillende grafische identiteiten, die slechts in de overgangsfase herkenbaar zijn gebleven in de grafische representatie van Het Nieuwe Instituut. Karel Martens ontwierp daartoe een tijdelijk ‘masker’ dat zowel in het drukwerk als de website de onderliggende ‘oude’ identiteiten en inhoud liet ‘doorschemeren’. Het Nieuwe Instituut zou immers in deze beginfase nog uitvoering geven aan talloze activiteiten die door de voorgangers waren geïnitieerd. Het masker kende daarnaast een nieuwe informatielaag waarin de contouren van de veranderde benadering al zichtbaar werden.

Nieuwe grafische identiteit

Toch betrof het hier een bij voorbaat kortstondige ingreep. Terwijl het programma van Het Nieuwe Instituut duidelijker omlijnd raakte, werden ook de randvoorwaarden voor een nieuwe, meer permanente identiteit nader uitgewerkt. Het was belangrijk dat Het Nieuwe Instituut bij de totstandkoming en de implementatie van een nieuwe grafische identiteit een eigenzinnige richting zou kiezen. Een instituut dat als vertegenwoordiger van de verschillende ontwerpdisciplines optreedt, en zich daarbij in het bijzonder richt op innovatie, kan niet tevreden zijn met een huisstijl waarin het beproefde model wordt herhaald. Het Nieuwe Instituut wilde van meet af aan een voorbeeld stellen in zijn samenwerking met ontwerpers die rechtstreeks betrokken zijn bij onderzoeksactiviteiten, programmering, lezingenprogramma, archiefinterpretaties én bij het ruimtelijk ontwerp van tentoonstellingen, de communicatie en de huisstijl. Bovendien zocht het als representant van de digitale cultuur naar een identiteit die zich zowel in drukwerk als in digitale vorm op een even sterke wijze van het gangbare zou onderscheiden.

Opdrachtgeverschap in Nederland

Grote institutionele en culturele spelers hebben in de afgelopen decennia bijgedragen aan een rijke, experimentele grafische cultuur, die in belangrijke mate de internationale reputatie van het grafisch ontwerp in Nederland heeft gevestigd. Deze verworvenheid staat onder druk. Steeds vaker kiest ook deze categorie opdrachtgevers voor de standaardisering (eufemistisch vaak aangeduid als professionalisering) van de communicatie, waarbij de toeschouwer eerder in zijn voorkeuren wordt bevestigd dan dat hij nog wordt verrast. Een dergelijke werkwijze zorgt voor verschraling van het grafisch landschap en is fnuikend voor de ontwikkeling van jonge talenten die nauwelijks nog aan bod komen. Het Nieuwe Instituut ziet het als zijn rol om de stagnatie niet alleen te constateren, maar vooral ernaar te handelen. Vandaar dat het denken over een nieuwe grafische identiteit al snel het karakter kreeg van nadenken over een nieuw platform voor grafisch ontwerpers dat tegelijk de identiteit en communicatie van Het Nieuwe Instituut zou vormen.

Talentontwikkeling

In de keuze voor art director Maureen Mooren weerspiegelt zich dit programma. Aan haar werd gevraagd een samenbindende vorm te ontwikkelen waarbinnen uiteenlopende grafisch ontwerpers de communicatiemiddelen van Het Nieuwe Instituut konden ontwerpen. Mooren introduceerde het idee van een eenvoudig etiket dat als identificatie op alle verschillende uitingen terugkeert, maar dat tevens grote ruimte laat voor de individuele invulling door andere ontwerpers. Voor elk project selecteert en brieft zij de ontwerper(s) en begeleidt ze – met de inhoudelijk betrokken managers in het instituut – de kwaliteit van de uitvoering. In enkele gevallen gaat het om een samenwerking met gereputeerde ontwerpers, maar ook jong talent komt uitvoerig aan bod. Voor alle betrokkenen is deze vorm van talentontwikkeling de afgelopen periode bijzonder vruchtbaar gebleken. De ontwerpers krijgen de kans zich aan een breed publiek te laten zien en door de aard van de opdrachtgeving ook te onderscheiden, terwijl het instituut door hun werk een heel eigen vorm van communicatie heeft kunnen ontwikkelen.

Tekst: Gert Staal

Johannes Schwartz
Moniker ism Bureau Cool

Het Nieuwe Instituut is een instituut voor architectuur, design en digitale cultuur. Grafisch ontwerp is een van designdisciplines. Het Nieuwe Instituut wil ontwerpers op verschillende manieren bij zijn activiteiten betrekken en een podium bieden.